Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
met zijn tong de vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer 3] gelikt en/of
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor ontucht met drie minderjarige meisjes en verkrachting van één van hen, gepleegd in de periode van 1985 tot en met 2012. Eén van de ten laste gelegde feiten is verjaard verklaard en de officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard voor dat deel. Verdachte werd licht verminderd toerekeningsvatbaar geacht vanwege een psychische stoornis (pedofilie).
De bewezenverklaring omvat ontuchtige handelingen met drie slachtoffers, waaronder het betasten van schaamstreek en vagina, en verkrachting door seksueel binnendringen met vingers en penis. De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van slachtoffers, getuigen en verdachte zelf, en oordeelde dat de verklaringen van het derde slachtoffer voldoende steun vonden in andere bewijsmiddelen, ondanks enkele inconsistenties.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarbij werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder ambulante behandeling voor pedofilie en contactverbod met de slachtoffers. Tevens werden schadevergoedingen toegekend aan de slachtoffers, variërend van enkele duizenden tot tienduizend euro, vermeerderd met wettelijke rente.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en schadevergoedingen aan slachtoffers.