Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 16 mei 2014 in de zaak tussen
de Dienst Landelijk Gebied (DLG)van het Ministerie van Economische Zaken, te Wageningen, vergunninghoudster,
Procesverloop
Overwegingen
De activiteiten die vergunningplichtig zijn worden uitgevoerd op gronden waarop de bestemming “Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden (GHS)” en “Natuurparel” rusten. Artikel 26 van Pro de planvoorschriften van het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied” betreft een algemene aanlegvergunningregeling voor gronden met de nadere aanduiding “beschermingszone natte Natuurparel”. Alvorens de gevraagde aanlegvergunning te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders het ter plaatse bevoegde watergezag om advies. In artikel 26.1.4. is bepaald dat de omgevingsvergunning slechts wordt verleend, indien door de betreffende werken/werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken/werkzaamheden, de waterhuishoudkundige situatie niet onevenredig worden aangetast of kunnen worden aangetast.