Op 7 januari 2014 diende klager een klaagschrift in tegen het op 31 oktober 2013 gelegde beslag door de regiopolitie Brabant-Noord op diverse goederen waaronder bankpassen, rijbewijs, paspoort en jachtwapens. Klager verzocht om opheffing van het beslag en teruggave van de goederen.
De rechtbank behandelde het klaagschrift op 30 april 2014 in openbare raadkamer. Klager en zijn raadsman verschenen en vroegen specifiek teruggave van het paspoort, laptops, iPhones, administratie en een portemonnee. De officier van justitie stelde dat het beslag gehandhaafd moest blijven behalve voor apparatuur met digitale gegevens.
De rechtbank oordeelde dat het klaagschrift tijdig was ingediend en dat teruggave van de digitale apparatuur gerechtvaardigd was omdat deze geen strafvorderlijk belang meer dienden en klager rechthebbende was. Voor het paspoort werd klager niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet op de beslaglijst stond. Voor de overige goederen werd het klaagschrift ongegrond verklaard omdat het belang van de strafvordering zich tegen teruggave verzette.
De rechtbank gelastte de teruggave van de digitale apparatuur en verklaarde het klaagschrift voor de overige goederen ongegrond. Deze beslissing werd uitgesproken op 23 mei 2014 door de rechtbank Oost-Brabant.