Uitspraak
vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01/713386-09
[verdachte],
De tenlastelegging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
De officier van justitie acht de subsidiair aan verdachte ten laste gelegde overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 wel wettig en overtuigend bewezen, waarbij de officier van justitie de mate van verwijtbaarheid waardeert op roekeloosheid. Door het rijgedrag van verdachte heeft een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsgevonden, als gevolg waarvan [slachtoffer] is overleden. Verdachte heeft in ernstige mate de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 50 kilometer per uur overschreden door met een snelheid van ongeveer tussen de 132,5 en 147 kilometer per uur te rijden en vervolgens met die snelheid richting een oversteekplaats en een vluchtheuvel te rijden, waarbij de weg zich vernauwde. Deze plek lag in de buurt van flats en een winkelcentrum. Tevens was het donker. Verdachte heeft hiermee onaanvaardbare risico’s genomen.
De weg is ter plaatse redelijk recht. Ter hoogte van de vluchtheuvel zit een knik naar rechts. Dat is een lastig ding. Dan gaat het heel erg hard.
Als je daar rijdt met een snelheid van meer dan 90 kilometer per uur, dan zit je boven de comfortzone. Dan wordt het gevaarlijk en moet je je vaardigheden gebruiken.
Als je daar rijdt met een snelheid van 130 kilometer per uur, op dat punt van de weg, dan heb je de grens van het betamelijke bereikt. Dat is griezelig hard. Ik moest al mijn kundigheden en vaardigheden gebruiken om de auto in het spoor te houden. Met die snelheid kun je geen aandacht voor de omgeving hebben. De weg lijkt ogenschijnlijk breed, maar met een snelheid van 130 kilometer per uur wordt die weg gevaarlijk smal. [11]
Aangezien niets suggereert dat ingeschatte snelheden na de maximaal gemeten snelheid zullen dalen als functie van de werkelijk gereden snelheid, zal de werkelijke snelheid in de bevraagde rit naar verwachting boven de geschatte 132,5 kilometer per uur van de snelst geschatte testrit liggen. [13]
De ongecorrigeerde gemiddelde snelheid van de snelst gereden referentierit is bepaald op 136 kilometer per uur. De gecorrigeerde snelheid bedraagt binnen een betrouwbaarheidsinterval van 95%: 132 ± 5 kilometer per uur. De werkelijke snelheid van deze referentierit is tijdens de rit vastgelegd op 129 kilometer per uur.
Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over een snelheidstoename of snelheidsafname over het gehele traject. [14]
De resultaten wijzen op snelheden ter hoogte van de mogelijke botsplaatsen variërend van 90 kilometer per uur tot 142 kilometer per uur.
De ondergrens van 90 kilometer per uur wordt conservatief beschouwd. Daarbij is bijvoorbeeld rekening gehouden met de mogelijkheid dat verdachte op de ongevalsdreiging heeft gereageerd door naar de eerste versnelling terug te schakelen. Hierdoor wordt de hoogst haalbare afremming behaald. Hoewel daarvoor in het dossier geen aanwijzingen zijn gevonden (geen schade aan de motor, geen sporen op het wegdek die hierop zouden kunnen wijzen, de motor kon na het ongeval nog gestart worden), kan deze mogelijkheid niet worden uitgesloten.
Bij de bovengrens van 142 kilometer per uur is er rekening mee gehouden dat het koppelingspedaal werd ingedrukt voorafgaand aan het loslaten van het gas. Omdat het bedienen van het koppelingspedaal geen sporen achterlaat en niet zou moeten leiden tot schade aan de auto, zit er minder ruimte in de vastgestelde bovengrens. [15]
De raadsman houdt mij voor dat iemand door een attack uit balans kan raken en in een split second door de auto geraakt kan zijn en vraagt of ik dit als mogelijkheid heb meegenomen, of dat dit gesuggereerd is door een officier van justitie of een agent. Dat is niet besproken. Het zou dan echt gebeurd moeten zijn op het moment dat het slachtoffer door de auto geraakt werd.
, redelijkerwijs als gevolg van het door verdachte veroorzaakte ongeval aan verdachte kan worden toegerekend. De bevindingen van de deskundige laten geen ruimte voor een reële alternatieve doodsoorzaak. Evenmin biedt het onderzoek door de politie daartoe enig aanknopingspunt, De door de raadsman aangehaalde omstandigheden, zoals bijvoorbeeld het feit dat het slachtoffer bejaard was, kennelijk niet gereageerd heeft op het kabaal dat de auto van verdachte genereerde en op een afwijkende plek stond, leveren nog geen begin van aannemelijkheid van een alternatieve doodsoorzaak op. Daarbij heeft de rechtbank tevens in aanmerking genomen dat getuige [getuige 6] heeft verklaard dat zij zag dat het slachtoffer aan het oversteken was en net voor de vluchtheuvel een sprint begon te trekken. Zij zag dat de man over de vluchtheuvel heen rende. [29] Deze verklaring is in het geheel niet te verenigen met één van de door de raadsman geopperde mogelijke alternatieve doodsoorzaken. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de verdediging.
De bewezenverklaring.
zulks terwijl het feit mede werd veroorzaakt doordat hij, verdachte, een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.
Het beslag.
Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2].
aangegeven dat zij deze kosten zelf vordert als dit juridisch nodig is.
De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook als aparte vordering van [benadeelde partij 3]
beschouwen.
Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3].
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1].
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/713386-09.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1].
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2].
(€ 2.920,79) en vervoer van Weerde naar Eindhoven en vice versa (€ 589,68).