Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 augustus 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 17 december 2013
- de conclusie van antwoord in reconventie.
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele zaak stond de honorariumafspraak tussen een advocaat en haar cliënte centraal, waarbij de cliënte letselschade had opgelopen door een medische fout. De cliënte had meerdere machtigingen en overeenkomsten getekend waarin onder meer een honorarium van 25% success fee was afgesproken, maar ook bepalingen over kosten bij opzegging van de opdracht.
De cliënte had de relatie met de advocaat verbroken nadat zij een schadevergoedingsovereenkomst met de verzekeraar had afgewezen. De advocaat vorderde betaling van buitengerechtelijke kosten en een succes fee over een deel van de schadevergoeding. De cliënte stelde dat zij niet gebonden was aan de latere machtigingen en dat de succes fee niet verschuldigd was na beëindiging van de opdracht.
De rechtbank oordeelde dat de cliënte in beginsel gebonden was aan de afspraken van 19 december 2008, maar dat artikel 8 van Pro die overeenkomst, dat een succes fee bij opzegging door de cliënt mogelijk maakt, niet van toepassing is op natuurlijke personen volgens art. 7:408 BW Pro. De advocaat kreeg een redelijk loon toegekend van 25% over het bedrag van € 60.000 dat nog niet was afgerekend. De vordering werd deels toegewezen, de reconventie afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: Cliënte moet advocaat € 9.650 betalen als restant honorarium over schadevergoeding, geen succes fee bij opzegging.