ECLI:NL:RBOBR:2014:2907
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake euthanasiebesluit rottweiler Diesel niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van de burgemeester van Son en Breugel om de rottweiler Diesel te laten euthanaseren. Dit verzoek betrof tevens de opheffing van de inbeslagname en inbewaringstelling van Diesel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het connexiteitsvereiste niet in materiële zin was voldaan. Het primaire besluit betrof uitsluitend het euthanasiebesluit, terwijl het verzoek zich richtte op de inbeslagname en inbewaringstelling, die een apart besluit vormen. Hierdoor ging het verzoek buiten het beoordelingskader van het primaire besluit.
Eerder had verweerder Diesel in beslag genomen en in bewaring gesteld, waartegen bezwaar en beroep waren ingesteld. De voorzieningenrechter wees erop dat een verzoek om voorlopige voorziening slechts betrekking mag hebben op het primaire besluit waarop het beroep is gericht.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker geen afschrift van het bezwaarschrift tegen het inbeslagnamebesluit had overgelegd bij het verzoekschrift, en dat het verzoekschrift niet duidelijk maakte dat het om twee verzoeken ging. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het euthanasiebesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.