Op 21 maart 2013 trof het Bestuurlijk Interventie Team Eindhoven in een woning een hennepkwekerij aan met 76 planten en 120 stekken, waarna deze werd ontmanteld. De beheerder van de woning werd door het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven als overtreder aangemerkt en de kosten van bestuursdwang op haar verhaald.
De beheerder betwistte deze aanmerking en stelde dat haar beheer beperkt was en zij niet zonder aanleiding de woning hoefde te controleren na een aanvangsinspectie. De rechtbank overwoog dat de omvang van het beheer bepalend is voor de vraag of de beheerder als overtreder kan worden aangemerkt. De beheerder had echter onvoldoende onderbouwd dat haar beheer beperkt was en uit de huurovereenkomst bleek dat zij verantwoordelijk was voor het volledige beheer.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat het enkele feit dat de beheerder na de aanvangsinspectie vijf maanden geen controle had uitgevoerd niet betekent dat zij zich onvoldoende had geïnformeerd over het gebruik van de woning. Omdat er geen aanwijzingen waren dat het gebruik niet conform de huurovereenkomst was, was de aanmerking als overtreder onterecht.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.