Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
opheffing ondertoezichtstelling
De procedure
.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek van Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant tot opheffing van de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De ondertoezichtstelling was verlengd tot 5 december 2014. De minderjarige en diens moeder zijn echter overleden, waardoor het positieve perspectief op contactherstel met de vader niet kon worden gerealiseerd.
De kinderrechter overwoog dat een ondertoezichtstelling krachtens artikel 1:256 BW Pro kan worden opgeheven indien de minderjarige niet meer in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Echter, het overlijden van de minderjarige betekent dat de voorwaarde van het in leven zijn van de minderjarige niet meer is vervuld. Hierdoor is de ondertoezichtstelling van rechtswege geëindigd op het moment van overlijden.
Daarom ontbreekt de grondslag voor het verzoek tot opheffing en wordt dit afgewezen. De beschikking is uitgesproken op 20 juni 2014 door kinderrechter P.P.M. van Reijsen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open via de advocaat binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de ondertoezichtstelling door het overlijden van de minderjarige van rechtswege is geëindigd.