ECLI:NL:RBOBR:2014:4080
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H. Dworakowski-Kelders
- D.J. Hutten
- J.M.H. Rijken-Lie
- Rechtspraak.nl
Geen matiging van bestuurlijke boetes voor overschrijding meststoffenwet gebruiksnormen
Eiser, een akkerbouwer, kreeg bestuurlijke boetes opgelegd voor het in 2012 overschrijden van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en de fosfaatgebruiksnorm. De boetes bedroegen in totaal €5.150,50. Eiser erkende de overschrijding, maar voerde aan dat loonwerkers varkensdrijfmest hadden aangevoerd in plaats van rundveemest, dat hij in 2013 geen mest had aangevoerd om milieuschade te voorkomen, en dat de boetes onevenredig waren gezien de omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden geen aanleiding geven tot matiging van de boetes. De verantwoordelijkheid voor de samenstelling van de aangevoerde mest lag bij eiser als opdrachtgever. Ook was eiser niet gerechtigd tot fosfaatverrekening omdat hij niet aan de voorwaarden voldeed. Verder was onvoldoende onderbouwing gegeven voor een beroep op geringe draagkracht. De verwijzing naar het boer-boertransport was niet van toepassing.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen concrete, ondubbelzinnige toezegging was gedaan door het bestuursorgaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde bestuurlijke boetes wegens overschrijding van meststoffenwetnormen wordt ongegrond verklaard en de boetes worden niet gematigd.