Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
- het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van (een) bouwwerk(en) of object(en), terwijl in dat/die bouwwerk(en) en/of object(en) asbest of een asbesthoudend product was verwerkt en/of
- asbest en/of asbesthoudende producten verwijderen uit een of meer bouwwerken en/of objecten,
De formele voorvragen.
De geldigheid van de dagvaarding.
De bevoegdheid van de rechtbank.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Schorsing der vervolging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling
De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
- voorschrift 1.1.1.: Binnen de inrichting mogen ten hoogste de volgende hoeveelheden grond- en hulpstoffen aanwezig zijn: [……..] 35m3 asbest platen/buizen; [……].
- voorschrift 1.1.9.: Ingeval van een langdurige onderbreking van de werkzaamheden (langer dan 3 maanden), bij bedrijfsbeëindiging of bij een faillissement moeten alle in de inrichting aanwezige afvalstoffen c.q. gevaarlijke (afval)stoffen volgens de hierop van toepassing zijnde wet- en regelgeving moeten worden afgevoerd.
De bewezenverklaring.
- het gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van een bouwwerk, terwijl in dat bouwwerk asbest of een asbesthoudend product was verwerkt en
- asbest en asbesthoudende producten verwijderen uit een bouwwerk,
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde feit.
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1, eerste lid van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.
gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.
zes maanden niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van drie jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.