Op 23 december 2012 vond in het uitgaansgebied van 's-Hertogenbosch een gewelddadig incident plaats waarbij verdachte meerdere keren met grote kracht vuistslagen op het hoofd van een weerloos slachtoffer uitdeelde terwijl deze op de grond lag. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde en een poging tot zware mishandeling pleegde.
Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen van het schoppen tegen het hoofd van het slachtoffer door een medeverdachte, omdat er geen sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking. Het schoppen door de medeverdachte werd als een losstaand incident beoordeeld.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 45 dagen op, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 120 uren. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van het feit, het buitensporige geweld, de openbare locatie en het feit dat verdachte berouw toonde en geen eerdere veroordelingen had.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit en dient tevens als normhandhaving en preventie van herhaling. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 25 juli 2014.