In deze zaak stond de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen partijen na hun echtscheiding centraal. De rechtbank heeft vastgesteld dat de auto aan de man wordt toegewezen, waarbij hij een bedrag van €500 aan de vrouw moet betalen wegens overbedeling. De vrouw stelde dat zij geen pensioen had opgebouwd tijdens het huwelijk, wat door de rechtbank werd bevestigd, waardoor de pensioenverevening werd afgewezen.
De man werd veroordeeld om binnen een week opgave te vragen aan zijn pensioenverzekeraar over het aan de vrouw toekomende deel van zijn pensioen en dit binnen twee weken te betalen, inclusief wettelijke rente. Tevens werd hij verplicht om de helft van de waarde van ledencertificaten aan de vrouw te voldoen en de helft van de netto-waarde van koopsompolissen binnen een week na dagtekening te betalen.
De rechtbank legde dwangsommen op aan de man voor het niet nakomen van deze verplichtingen en wees de vorderingen van de man tot betaling van helft van OZB- en energiekosten af. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.