Op 9 april 2014 heeft verdachte te Oss meerdere malen met een mes in het hoofd en bovenlichaam van het slachtoffer gestoken, waardoor ernstig letsel ontstond. De rechtbank acht poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen, maar spreekt verdachte vrij van voorbedachte raad wegens gebrek aan bewijs.
Verdachte bedreigde op 8 april 2014 een ander slachtoffer door dreigend een mes te tonen, wat wettig en overtuigend bewezen is. De bedreiging op 9 april 2014 wordt niet bewezen geacht. Op 10 april 2014 vernielde verdachte in een cel te 's-Hertogenbosch een wasbak, celdeur en ruit, wat eveneens bewezen is.
De rechtbank houdt rekening met de ernst van de feiten en de psychische toestand van verdachte, die lijdt aan complexe PTSS en een depressieve stoornis. Verdachte wordt als sterk verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd en krijgt een straf van 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden waaronder een klinische behandeling in een gespecialiseerde instelling.
Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot schadevergoeding aan het slachtoffer en de politie, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. De rechtbank legt contact- en locatieverboden op en stelt toezicht door de reclassering in om recidive te voorkomen en resocialisatie te bevorderen.