ECLI:NL:RBOBR:2014:4625

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2014
Publicatiedatum
28 juli 2014
Zaaknummer
01/879300-13 3
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 SvArt. 223 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging gijzeling getuige in strafzaak levensdelict

Op 28 juli 2014 heeft de rechtbank Oost-Brabant in raadkamer besloten de gijzeling van een getuige te verlengen met maximaal twaalf dagen. De getuige, reeds in gijzeling gesteld op 17 juli 2014, bleef bij zijn eerdere weigering om antwoord te geven op essentiële vragen die verband houden met de inhoud van bijzondere gesprekken (OVC's).

De rechtbank baseerde haar beslissing op de ernst van de verdenking van een levensdelict en de inhoud van de transcripties van de OVC-gesprekken. De weigering van de getuige belemmert het onderzoek zodanig dat verlenging van de gijzeling noodzakelijk is om hem te bewegen tot medewerking.

Het verzoek van de getuige tot ontslag uit de gijzeling werd afgewezen. De beslissing werd genomen door de voorzitter en leden van de raadkamer en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de gijzeling van de getuige met twaalf dagen en wijst het verzoek tot ontslag af.

Uitspraak

Rechtbank Oost-BrabantStrafraadkamer
Inzake Parketnummer: 01/879300-13, 01/978234-14 en 01/879097-13
RC-nummer :
Beschikking ex artikel 222 en Pro 223, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering
Deze beslissing volgt op beschikking van de rechtbank d.d.
17 juli 2014strekkende de gijzeling van:

[getuige 1]

Geboren [1991] te [geboorteplaats]
Wonende te [adres] – thans verblijvende in de P.I. Limburg Zuid- De Geerhorst, hierna te noemen ‘getuige’ in de strafzaak tegen:

[verdachte 1], [verdachte 2] en [verdachte 3]

De rechtbank heeft de getuige in raadkamer gehoord op 28 juli 2014. Van het aldaar verhandelde is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast geldt.

Beoordeling:

De rechter-commissaris heeft op 15 juli 2014 de getuige gehoord en beslist dat deze in gijzeling wordt gesteld. De rechtbank heeft op 17 juli 2014 besloten dat de getuige voor de duur van twaalf dagen in gijzeling zal worden gehouden.
De getuige heeft op de zitting van 28 juli 2014 verklaard bij zijn standpunt te blijven zoals hij deze op 17 juli had ingenomen. Ook de rechtbank blijft bij haar oordeel dat uit de transcripties van de OVC’s blijkt van een zodanig uitzonderlijke gespreksinhoud, dat het antwoord van de getuige dat hij zich deze niet kan herinneren redelijkerwijs zo kan worden geduid dat de getuige tot op heden weigert antwoord te geven op voor het onderzoek essentiële vragen.
Tegen de achtergrond van de ernstige verdenking van een levensdelict en de inhoud van de OVC-gesprekken wordt door de weigering van de getuige om antwoord te geven op vragen over die gesprekken het onderzoek zodanig belemmerd dat het dringend noodzakelijk is dat door de verlenging van de gijzeling van de getuige, de getuige bewogen wordt die vragen te beantwoorden.
De rechtbank zal om die reden bevelen dat de gijzeling zal worden verlengd voor ten hoogste 12 dagen vanaf heden en dat het verzoek tot ontslag uit de gijzeling zal worden afgewezen.

Beslissing :

De Rechtbank
Verlengt het bevel gijzeling van getuige
[getuige 1]voor de duur van ten hoogste
twaalf dagenvanaf heden.
Wijst af het verzoek tot ontslag uit de gijzeling.
Aldus gegeven in raadkamer van de rechtbank Oost-Brabant op 28 juli 2014 door
mr. C.B.M. Bruens, voorzitter, en
mrs. M.T. van Vliet, I.S. Peskens, leden,
en uitgesproken in tegenwoordigheid van R.H. van Tongerlo, griffier.
De griffier, De voorzitter,