Plus Minus B.V. en haar bestuurder [naam 1] hadden jarenlang een adviesrelatie met Van Lanschot Bankiers N.V. voor vermogensbeheer. In 2007 werd deze relatie omgezet in een vermogensbeheerrelatie met een neutraal risicoprofiel en een streefrendement van 6%.
Door de financiële crisis daalde het vermogen aanzienlijk. Plus Minus uitte in augustus 2008 zorgen over de voortdurende waardedaling en vroeg om een update en mogelijke ondergrens voor liquidatie. Van Lanschot stuurde een korte risicoanalyse, maar gaf onvoldoende toelichting en overleg, ondanks de zorgelijke situatie.
De rechtbank oordeelt dat Van Lanschot in de periode na 9 september 2008 niet de vereiste zorgvuldigheid betrachtte die van een goede beleggingsbank verwacht mag worden. Hierdoor werd Plus Minus de mogelijkheid onthouden om tijdig en goed geïnformeerd beslissingen te nemen.
De schadevergoeding wordt niet direct vastgesteld, omdat eerst nader onderzoek nodig is naar het hypothetische verkoopmoment en de opbrengst van de portefeuille. De zaak wordt aangehouden voor nadere onderbouwing van de schade door Plus Minus en een daarop volgend antwoord van Van Lanschot.