Veroordeelde is bij vonnis veroordeeld voor het telen van 690 hennepplanten in Gemert. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk €301.381,00, later verlaagd naar €260.539,40. De verdediging voerde aan dat de berekening van de politie gebaseerd was op giswerk en onjuiste aannames over eerdere oogsten.
De rechtbank stelde vast dat er voldoende aanwijzingen zijn dat veroordeelde soortgelijke feiten heeft gepleegd, met name twee eerdere oogsten in de periode januari tot juni 2013. Bewijsmiddelen bestonden uit proces-verbaal, buurtmeldingen van hennepgeur, aangetroffen hennepresten, kalkafzetting, vervuilde koolstoffilters en gebruikte kweekmaterialen.
De opbrengst per oogst werd berekend op 690 planten met een opbrengst van minimaal 30 gram per plant en een verkoopprijs van €3.280 per kilogram, resulterend in een bruto opbrengst van €67.896 per oogst. De totale kosten per oogst werden berekend op €17.044,20, inclusief elektriciteit, stekken, variabele kosten en knippers. Na aftrek van kosten werd het netto wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €101.703,60.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen, gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 31 juli 2014.