ECLI:NL:RBOBR:2014:4679
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handelen en voorhanden hebben van cocaïne met taakstraf en gevangenisstraf
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 1 augustus 2014 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 3,03 gram cocaïne en het meermalen verkopen, afleveren en vervoeren van cocaïne in de periode van oktober 2013 tot april 2014.
De rechtbank achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van de overgelegde bewijsmiddelen en sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. Verdachte werd strafbaar verklaard voor het handelen in strijd met de Opiumwet.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 223 dagen op, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 180 uren. Ook werd verbeurdverklaring van twee mobiele telefoons en een geldbedrag van €371,10 opgelegd. De straf is mede gebaseerd op de ernst van het delict, de beperkte klantenkring van verdachte en diens persoonlijke omstandigheden.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven, nadat deze reeds geschorst was. De strafdoelen waren het bestraffen van het delict en het voorkomen van herhaling door gedragsbeïnvloeding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 223 dagen gevangenisstraf waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 180 uren.