Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 januari 2014
- het deskundigenbericht
- de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres]
- de conclusie na deskundigenbericht van [gedaagde].
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak stond de echtheid van een paraaf onder een onderhandse akte van 15 september 2002 centraal. Een deskundigenonderzoek werd bevolen, waarbij de deskundige concludeerde dat de handtekening van gedaagde was en geen nabootsing. Hoewel gedaagde bezwaren had tegen het rapport, onder meer vanwege het gebruik van een kopie en de variatie in vergelijkingsmateriaal, verwierp de rechtbank deze bezwaren omdat het onderzoek voldoende betrouwbaar was.
Op grond van het deskundigenrapport werd vastgesteld dat gedaagde tegenover eiseres een betalingsverplichting van €25.000 is aangegaan. De gevorderde wettelijke rente werd toegewezen vanaf de datum van dagvaarding, 3 mei 2013, omdat niet was onderbouwd waarom eerder rente verschuldigd zou zijn. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van beslagkosten en proceskosten. De vordering van gedaagde in reconventie tot vergoeding van onrechtmatige beslaglegging werd afgewezen omdat het beslag niet was opgeheven en de hoofdvordering werd toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €25.000 met rente en proceskosten; vordering buitengerechtelijke kosten en reconventie worden afgewezen.