Betrokkene is sinds 1995 ter beschikking gesteld met een bevel tot verpleging van overheidswege vanwege ernstige delicten waaronder geweld en poging daartoe. De terbeschikkingstelling was voorwaardelijk beëindigd in 2011 en verlengd in 2013 voor één jaar. De officier van justitie vorderde opnieuw verlenging van de terbeschikkingstelling voor een jaar.
Tijdens de openbare terechtzitting van 1 augustus 2014 werden de officier van justitie, de reclasseringsdeskundige, betrokkene en zijn raadsvrouw gehoord. Diverse rapportages, waaronder een psychiatrisch rapport van D.H.J. Boeykens en een reclasseringsadvies van H. Vloet, waren in het dossier opgenomen. De psychiater adviseerde geen verlenging van de maatregel indien een civiele maatregel (RM) was toegekend, anders wel een verlenging van één jaar.
De reclasseringsdeskundige benadrukte dat betrokkene goed functioneert dankzij de structuur en begeleiding, en adviseerde beëindiging van de terbeschikkingstelling indien de civiele maatregel was toegekend. De civiele rechter had inmiddels een voorlopige machtiging verleend voor plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis onder de BOPZ.
De officier van justitie wijzigde haar vordering tijdens de zitting en verzocht afwijzing van de verlenging. De rechtbank volgde dit standpunt en wees de vordering af, waarmee de terbeschikkingstelling niet werd verlengd.