Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
donderdag 25 september 2014voor akte aan de zijde van Ennatuurlijk, zoals hiervoor bedoeld onder 4.7.;
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser sloot in 2003 een overeenkomst voor warmtelevering en betaalde een initiële aansluitbijdrage. Sindsdien brengt Ennatuurlijk jaarlijks een vastrecht in rekening met een component voor periodieke aansluitkosten. Eiser stelt dat hij geen dubbele aansluitkosten verschuldigd is en dat de jaarlijkse bijdrage onverschuldigd is betaald.
Ennatuurlijk voert aan dat de periodieke bijdrage voortvloeit uit de leveringsovereenkomst en algemene voorwaarden, en dat tarieven worden bepaald volgens het NMDA-principe, waarbij warmtetarieven niet hoger mogen zijn dan vergelijkbare gaskosten. De rechter erkent dat Ennatuurlijk een economische machtspositie heeft en dat tarieven redelijk moeten zijn.
De kantonrechter stelt dat Ennatuurlijk moet aantonen hoe de aansluitbijdragen zijn berekend en dat deze redelijk zijn, mogelijk met een oordeel van de Autoriteit Consument en Markt. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken van Ennatuurlijk.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen voor nadere onderbouwing van Ennatuurlijk over de redelijkheid van de aansluitbijdragen.