ECLI:NL:RBOBR:2014:5229
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in verkeerszaak met dodelijk ongeval in ’s-Hertogenbosch
Op 23 mei 2013 vond in ’s-Hertogenbosch een dodelijk verkeersongeval plaats waarbij een vrachtwagenbestuurder verdachte betrokken was. Het slachtoffer, een fietsster, kwam in botsing met de rechterflank van de rechtsaf slaande vrachtwagen en overleed.
De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens aanmerkelijke onoplettendheid en het niet verlenen van voorrang, met een taakstraf en rijontzegging. De verdediging voerde aan dat niet kon worden vastgesteld of verdachte het slachtoffer had kunnen zien en dat er geen sprake was van schuld of overtreding.
De rechtbank oordeelde dat het niet mogelijk was de exacte positie van het slachtoffer vast te stellen en dat verdachte het slachtoffer niet had hoeven zien. Er was geen wettig en overtuigend bewijs voor schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 of voor het veroorzaken van gevaar volgens artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank benadrukte dat ondanks de ernstige gevolgen geen schuld kon worden vastgesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij schuld had aan het dodelijk verkeersongeval.