ECLI:NL:RBOBR:2014:5263
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige dochter partner
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met de minderjarige dochter van zijn partner in de periode van maart tot december 2009. Het slachtoffer deed aangifte in maart 2013 en verklaarde dat verdachte haar seksueel misbruikte op haar slaapkamer.
De rechtbank nam kennis van de verklaringen van het slachtoffer en enkele getuigen die hun verklaringen baseerden op hetgeen het slachtoffer had verteld. Er was echter geen direct bewijs of getuigenverklaringen die het misbruik bevestigden. Verdachte ontkende de beschuldigingen en gaf aan dat hij op advies van zijn raadsman aanvankelijk had ontkend op de slaapkamer van het slachtoffer te zijn geweest.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs uitsluitend gebaseerd was op de verklaring van het slachtoffer en dat deze onvoldoende werd ondersteund door andere bewijsmiddelen. De enkele bevestiging van de delictcontext door de moeder van het slachtoffer was niet specifiek genoeg om tot een bewezenverklaring te komen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De kosten van de verdachte werden begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs van ontucht met minderjarige.