De terbeschikkinggestelde is sinds 1992 ter beschikking gesteld vanwege een diefstal met geweld. De terbeschikkingstelling was reeds verlengd tot februari 2015. De officier van justitie verzocht om verlenging van de TBS met één jaar, terwijl de verdediging en een deskundige pleitten voor beëindiging, met onmiddellijke inwerkingtreding van een rechterlijke machtiging (RM).
Tijdens de zitting van 27 augustus 2014 werden de officier van justitie, deskundigen, terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord. De deskundige C. Koopal stelde dat de RM voldoende waarborg biedt voor veiligheid en zorg, en dat verlenging averechts werkt. De officier van justitie handhaafde haar verzoek tot verlenging of, subsidiair, aanhouding van de zaak.
De rechtbank overwoog dat een dwangkader noodzakelijk blijft, maar dat dit niet per se de TBS hoeft te zijn; een RM conform de Wet BOPZ biedt voldoende garantie. Gezien de voorlopige RM van de sector Familie en Jeugd die loopt tot januari 2015 en de veiligheid voldoende waarborgt, is verlenging van de TBS niet meer nodig.
Op grond van artikel 38d en 38e Sr wees de rechtbank de vordering tot verlenging af. De RM treedt met onmiddellijke ingang in werking, waarmee de bescherming en zorg voor de terbeschikkinggestelde gewaarborgd blijven.