ECLI:NL:RBOBR:2014:5297
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke intrekking standplaatsvergunning onevenredig bij wangedrag marktkoopman
Verzoeker kreeg per 20 september 2011 een standplaatsvergunning voor markten in Eindhoven. Op 19 juni 2014 trok het college van burgemeester en wethouders deze vergunning met onmiddellijke ingang in vanwege geconstateerd wangedrag op diverse markten in juni 2014.
Verzoeker stelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het wangedrag niet duidelijk was omschreven. Ook voerde hij aan dat de intrekking disproportioneel was, mede omdat een tijdelijke schorsing mogelijk was en hij geen waarschuwing had ontvangen.
De voorzieningenrechter constateerde een motiveringsgebrek in het oorspronkelijke besluit, maar na nadere toelichting bleek verzoeker zich inderdaad schuldig te hebben gemaakt aan intimiderend en ongepast gedrag. Desondanks vond de rechter de onmiddellijke intrekking een te zware maatregel, mede omdat er geen aanwijzingen waren voor structureel wangedrag of herhaling.
De voorzieningenrechter schorst het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar, beveelt vergoeding van griffierecht en proceskosten aan en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe.
Uitkomst: De onmiddellijke intrekking van de standplaatsvergunning wordt geschorst wegens disproportionaliteit.