Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 september 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
€ 20.000,00. Deze planschadevergoeding is gesplitst in een bedrag in geld van € 5.000,00 en een vergoeding in natura, door met het bestemmingsplan Centrum Oss 2013 de planologische mogelijkheden voor detailhandel en horeca gedeeltelijk terug te brengen op het perceel [adres 1], onder de voorwaarde dat als de vergoeding in natura niet mogelijk is, en dit niet komt door eiser, de gemeente de planschade in geld zal vergoeden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2005.
Overwegingen
23 januari 2013. In deze uitspraak zijn enkele beroepsgronden van eiser alsmede enkele standpunten van verweerder uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verworpen. De hierover gegeven oordelen staan vast. Meer in het bijzonder verwijst de rechtbank naar de volgende rechtsoverwegingen:
80 m² en een trapopgang van 5 m².
Overigens hecht de rechtbank om dezelfde reden geen waarde aan de opmerking van eiser omtrent de gemiddelde waarde van het pand in de diverse taxaties gedurende de procedure. Ook deze taxaties zijn niet allemaal met inachtneming van de natuurlijke ITZA-methode uitgevoerd.
337,43 m2 (gecorrigeerde oppervlakte) x huurwaarde (€ 140,00/m2) - 12 % (correctiefactor netto aanvangsrendement) x kapitalisatiefactor (7%), - kosten eigendomsverkrijging (6.5%) - verbouwingskosten (€ 145.000,000). De rechtbank merkt hierbij volledigheidshalve op dat in het taxatierapport dat ten grondslag ligt aan het advies van de SAOZ weliswaar is aangegeven dat de kosten van eigendomsverkrijging circa 7% bedragen maar dat een bedrag in mindering is gebracht van 6.5% van de gekapitaliseerde netto huurwaarde. Eiser heeft dit bedrag niet betwist. De rechtbank zal van dit bedrag uitgaan ten einde eiser niet te benadelen door de procedure. De rechtbank ziet verder aanleiding voor een afronding tot een bedrag van € 410.000,00, mede nu de taxateur van de SAOZ een bedrag van € 1.382,00 heeft afgerond, hetgeen niet door eiser is betwist. Voorts kan worden uitgegaan van de waarde van het woongedeelte in de oude planologische situatie (€ 220.000,00) en de waarde van het pand in de nieuwe planologische situatie (€590.000,00) alsmede onder het regime van het bestemmingsplan "Centrum“Oss 2013” (€ 605.000,00). De volledige door eiser geleden planschade bedraagt aldus € 40.000,00. De rechtbank ziet voorts geen aanleiding meer om de planschadevergoeding te splitsen, omdat het bestemmingsplan “Centrum Oss 2013” inmiddels onherroepelijk is. Omdat dit nieuwe bestemmingsplan, gelet op rechtsoverweging 10.4, bij de bepaling van het uit te betalen bedrag kan worden betrokken en de rechtbank dit in navolging van verweerder beschouwt als een gedeeltelijke vergoeding in natura, dient verweerder aan eiser een bedrag uit te keren van € 25.000,00.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar gegrond, bepaalt dat verweerder eiser een bedrag dient uit te keren van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te vergoeden over het bedrag van € 40.000,00 over de periode 27 december 2005 tot en met 19 juli 2014 en te vermeerderen met de wettelijke rente te vergoeden over het bedrag van € 25.000,00 vanaf 20 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 160,00 aan eiser te vergoeden;
mr. D.J. de Lange en mr. H.M.J.G. Neelis, leden, in aanwezigheid van
mr. M.P.C. Moers-Anssems, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 22 september 2014.