AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Schuldigverklaring medeplegen gewelddadige woningoverval met verkrachting en diefstal
Op 30 oktober 1999 pleegden verdachte en een mededader een uiterst gewelddadige woningoverval in Helmond waarbij twee slachtoffers met geweld werden bedreigd en mishandeld. Het vrouwelijke slachtoffer werd meermalen verkracht door ten minste een van de daders, waarbij de tweede verdachte als medepleger werd aangemerkt vanwege nauwe samenwerking.
Het bewijs berustte in belangrijke mate op DNA-sporen gevonden op gebruikte voorwerpen en in de woning, gecombineerd met verklaringen van de slachtoffers en getuigen. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander de feiten pleegde.
Hoewel de rechtbank een gevangenisstraf van zeven jaren passend achtte, kon verdachte geen straf meer worden opgelegd vanwege een eerdere langdurige gevangenisstraf die hij uitzit. Wel werd verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging en veroordeeld tot schadevergoeding aan de slachtoffers.
De rechtbank legde een schadevergoedingsmaatregel op van €6.500 aan het vrouwelijke slachtoffer en €2.644,54 aan het mannelijke slachtoffer, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. Verdachte werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld samen met zijn mededader. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten en de blijvende impact op de slachtoffers.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging vanwege eerdere langdurige gevangenisstraf en veroordeeld tot schadevergoeding aan slachtoffers.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Brabant Oost, Dienst Regionale Recherche, dossiernummer 18092013/0730/20194 en onderzoeknummer 2233120414, aantal doorgenummerde bladzijden 736.
2.Aangifte [slachtoffer 1], pp. 67-85 en aangifte [slachtoffer 2], pp. 109-114
3.Verklaring [slachtoffer 2] d.d. 30 oktober 1999, p. 102
4.Aangifte p. 79, goederenbijlage aangifte [slachtoffer 1] p. 84, p. 82 ([slachtoffer 1]) en p. 113 ([slachtoffer 2])
5.P. 82, beschrijving letsel p. 61 door arts [arts]
6.Verklaring [slachtoffer 1] d.d. 25 oktober 2012, p. 263
7.Sporendragers omschreven op p. 333, in het verzoek aan officier van justitie mr. Robben om DNA-onderzoek aan deze sporen te laten doen door het NFI (toen nog aangeduid als: “Het Gerechtelijk Laboratorium”, Rb.). Mr. Robben heeft deze aanvraag getekend. (p. 334)
8.Bijlage bij rapportage “DNA-profielcluster 20975”, p. 342.
9.P. 343
10.P. 344
11.Rapportage NFI, pp. 346-355
12.Rapportage NFI d.d. 25 februari 2013, pp. 356 – 375.
13.Noot 29, p. 358 i.s.m. p. 362
14.Ook heeft zij aangegeven dat er bij deze indeling drie (hoofd)typen haar worden onderscheiden: het negroïde, het Aziatische en het Europese type.
15.DNA afkomstig uit de celkern,
16.Afkomstig uit de mitochondriën, kleinere structuren binnen een lichaamscel die een rol hebben in de energievoorziening van die cel, zie toelichting op p. 365.
17.Rapport p 367.
18.Rapport p. 369.
19.Rapport p. 374
20.Toelichtende verklaring van deskundige ing. Dieltjes ter zitting d.d. 24 september 2014
21.Verklaring [persoon 1] p. 246-248
22.Verklaring [persoon 2], p. 239-240
23.De rechtbank doelt hier uiteraard op (o.a.) de arresten van de Hoge Raad d.d. 19 april 2005 (NJ 2006, 10) en 19 februari 2013 (NJ 2013, 436), een en ander zoals geciteerd door OvJ en raadsman.