ECLI:NL:RBOBR:2014:5678

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
9 oktober 2014
Publicatiedatum
8 oktober 2014
Zaaknummer
3084111
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:610 BWArt. 7:629 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Loondoorbetaling bij ziekte bij arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht

Eiseres had een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht voor de periode van 1 oktober 2012 tot 1 april 2013 en werkte in een min of meer vast patroon van 12 uur per week verdeeld over drie avonden. Vanaf 13 december 2012 werd zij arbeidsongeschikt en ontving sindsdien geen loon meer. HMS weigerde loondoorbetaling met het argument dat eiseres niet meer was opgeroepen en geen vast rooster had.

De rechtbank stelde vast dat eiseres tot haar ziekmelding in een min of meer vast patroon werkte en dat er geen aanwijzingen waren dat het werk niet meer beschikbaar was na haar ziekmelding. Daarom had zij recht op loondoorbetaling vanaf 13 december 2012 tot het einde van het dienstverband op 1 april 2013, gebaseerd op een gemiddeld aantal uren per week.

De rechtbank berekende het verschuldigde loon inclusief vakantietoeslag en kende eiseres het bedrag van € 1.703,64 bruto toe, vermeerderd met een gematigde wettelijke verhoging en wettelijke rente. Tevens werd HMS veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: HMS is veroordeeld tot betaling van het loon over de ziekteperiode inclusief wettelijke verhoging en rente.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton ‘s-Hertogenbosch
Zaaknummer : 3084111
Rolnummer : 14-4697
Uitspraak : 9 oktober 2014
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
procederend met rechtsbijstand ingevolge toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand d.d. 10.02.2013,[toevoegingsnummer],
gemachtigde: mr. J.J.C.M. Rouws,
t e g e n :
HMS Customer Contact Center B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.F.J. Martens.
Partijen zullen verder worden aangeduid als ‘[eiseres]’ en ‘HMS’.

1.De procedure

[eiseres] heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. HMS is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord genomen. Vervolgens is een comparitie van partijen bepaald. De comparitie heeft plaatsgevonden op 30 september 2014. Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

Partijen hebben een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht gesloten voor de periode van 1 oktober 2012 tot 1 april 2013.
[eiseres] heeft voor HMS vanaf 1 oktober 2012 werkzaamheden verricht als Medewerker Contact Center. Haar salaris bedroeg bij aanvang € 8,49 bruto per uur exclusief vakantietoeslag en een toeslag voor niet genoten vakantie-uren (9,6%). Per 1 januari 2013 is het uurloon verhoogd naar € 8,66 bruto.
[eiseres] is vanaf 13 december 2012 arbeidsongeschikt. Vanaf die datum heeft zij geen loon meer ontvangen. Bij monde van haar gemachtigde heeft zij aanspraak gemaakt op doorbetaling van het loon tijdens de arbeidsongeschiktheid. HMS heeft dat geweigerd.
Het loon voor week 40 van 2012 ad € 119,81 bruto is (eveneens) niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert betaling van € 1.685,87 bruto en € 119,81 bruto, te vermeerderen met wettelijke verhoging en wettelijke rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.
[eiseres] legt daaraan, naast voormelde feiten, het volgende ten grondslag.
Zij heeft vanaf 1 oktober 2012 in een regelmatig arbeidspatroon gewerkt. Afspraak was dat zij 12 uur per week zou werken, op dinsdag-, woensdag- en vrijdagavond telkens 4 uur. Er is nooit sprake geweest van een oproep. Als zij niet arbeidsongeschikt zou zijn geworden zou zij haar uren hebben gewerkt. Om die reden heeft zij recht op doorbetaling van het loon, gebaseerd op 12 uur per week, over de periode van 12 december 2013 tot 1 april 2013, bedragende € 1.685,87.
Tevens dient het loon over week 40 ad € 119,81 aan haar te worden uitbetaald.
3.2.
HMS heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.
[eiseres] is vanaf week 51 van 2012 niet meer opgeroepen. Zij werkte niet in een vast patroon. Wekelijks werd het werkrooster tussen de leidinggevende en [eiseres] afgestemd. Van een vast rooster was geen sprake. Dat blijkt uit het overzicht van gewerkte uren.
Omdat [eiseres] met ingang van week 51 van 2012 niet meer is ingeroosterd is er geen verplichting tot loondoorbetaling.

4.De beoordeling

4.1.
Uit artikel 1 van Pro de arbeidsovereenkomst blijkt dat [eiseres] zich ertoe heeft verbonden de werkzaamheden, na daartoe te zijn opgeroepen, te verrichten. Er is derhalve sprake van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW Pro, zij het dat het in beginsel gaat om een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht.
Of een werknemer met een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht in geval van arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op doorbetaling van loon is afhankelijk van de vraag of de werknemer, indien de ziekte niet was opgetreden, arbeid zou hebben verricht (zie Kamerstukken II, 1995/96, 24 439, nr. 6, p. 21). De duur van de loonaanspraak is dan in beginsel beperkt tot de duur van de beoogde tewerkstelling.
4.2.
In het onderhavige geval staat vast dat [eiseres] in week 40 van 2012 12 uur heeft gewerkt, in week 41 8 uur, in week 42 12 uur, in week 43 8 uur, in week 44 12 uur, in week 45 12 uur, in week 46 2 uur, in week 47 10,5 uur, in week 48 8 uur, in week 49 12 uur en in week 50 7 uur.
Vaststaat tevens dat [eiseres] in de weken dat zij 8 uur werkte een dag niet heeft gewerkt omdat zij die dag haar opleiding volgde, dat zij in week 46 maar twee uur heeft gewerkt wegens ziekte, dat zij in week 47 10,5 uur heeft gewerkt omdat zij in die week naar huis is gestuurd omdat ze haar target niet had gehaald, en dat ze in week 50 maar 7 uur heeft gewerkt omdat ze vanaf 13 december ziek was.
HMS heeft voorts niet weersproken dat [eiseres] in de weken waarin zij 12 uur werkte steeds vier uur per avond werkte van 17:30 uur tot 21:30 uur op dinsdag-, woensdag- en vrijdagavond. Vaststaat tevens dat [eiseres] niet iedere week uitdrukkelijk werd opgeroepen om te komen werken, maar dat iedere week alleen het rooster met haar werd afgestemd.
Geconcludeerd moet worden dat [eiseres] aldus tot haar ziekmelding op 13 december 2012 in een min of meer vast patroon werkte.
4.3.
Vaststaat voorts dat zij vanaf de dag van ziekmelding, 13 december 2012, niet meer is ‘opgeroepen’. Niet gesteld en nergens uit blijkt dat HMS het werk dat [eiseres] tot haar ziekmelding verrichtte niet meer kon aanbieden omdat het niet meer beschikbaar zou zijn. Voldoende aannemelijk is aldus dat [eiseres], indien zij niet ziek zou zijn geworden, vanaf 13 december 2013 voor HMS zou hebben verder gewerkt in het min of meer vaste patroon zoals hiervoor vastgesteld en er is geen reden om te betwijfelen dat dat het geval zou zijn geweest tot het einde van het dienstverband op 1 april 2013.
4.4.
[eiseres] heeft derhalve, op de voet van artikel 7:629 BW Pro, recht op loondoorbetaling vanaf 13 december 2012. Omdat zij kennelijk de ene week 12 uur werkte en vaak de andere week 8 uur in verband met het volgen van een opleiding, moet als gemiddeld aantal gewerkte uren per week 10 worden aangehouden. Daar komt het vakantiedagenpercentage van 9,6% bij, zodat moet worden uitgegaan van 10,96 uren per week.
In 2012 resteerde 2,5 weken. Het uurloon bedroeg in 2012 € 8,49 bruto. Voor de periode van 13 december tot en met 31 december 2012 geldt dan dat [eiseres] nog recht heeft op 2,5 x 10,96 x € 8,49 x 1,08 = € 251,24 bruto.
Van 1 januari tot en met 31 maart 2013 zijn 13 weken. Het uurloon bedroeg vanaf 1 januari 2013 € 8,66 bruto. Voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 maart 2013 geldt dan dat [eiseres] nog recht heeft op 13 x 10,96 x € 8,66 x 1,08 = € 1.332,59 bruto.
In totaal heeft [eiseres] dan recht op betaling van € 1.583,83 bruto.
4.5.
HMS heeft niet weersproken dat [eiseres] nog recht heeft op betaling van € 119,81 bruto voor week 40 van 2012.
In totaal is dan toewijsbaar € 1.703,64 bruto.
4.6.
Over dit bedrag is de wettelijke verhoging toewijsbaar, gematigd tot 20% in verband met de omstandigheden van het geval, waaronder de omstandigheid dat tevens de wettelijke rente toewijsbaar is.
4.7.
HMS zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten voor het uittreksel KvK zijn toewijsbaar tot een bedrag van € 11,-.
De nakosten zijn toewijsbaar als na te melden.

5.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt HMS om aan [eiseres] te betalen de somma van € 1.703,64 bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging over dit bedrag, gematigd tot 20%, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag en over de verhoging vanaf 1 april 2013 tot de dag van voldoening;
veroordeelt HMS in de kosten van de procedure, waarvan te voldoen aan:
a. de griffier, door overschrijving op het rekeningnummer dat staat vermeld op de nog afzonderlijk te ontvangen nota van het LDCR (het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak), onder vermelding van het betaalkenmerk van die nota:
- € 71,10 ter zake van ¾ deel van de explootkosten;
b. [eiseres],
- € 23,70 ter zake van ¼ deel van de explootkosten;
- € 219,- ter zake van het griffierecht;
- € 350,- ter zake van het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);
- € 11,- ter zake van de kosten voor een uittreksel KvK,
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de 15e dag na heden tot de dag der voldoening;
veroordeelt HMS in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op € 100,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 dagen nadat HMS schriftelijk tot betaling van deze kosten is aangemaand tot de dag der voldoening;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Aldus gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2014.