De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 20 oktober 2014 de vorderingen van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) en tot verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde, die ter beschikking is gesteld wegens meermalen gepleegde belaging.
Uit het dossier en de zitting bleek dat de terbeschikkinggestelde herhaaldelijk het alcohol- en drugsverbod heeft overtreden, wat aanleiding gaf tot een voorlopige verpleging. Desondanks adviseerden deskundigen en de rechtbank om de tbs met voorwaarden voort te zetten, omdat de terbeschikkinggestelde vorderingen heeft gemaakt op maatschappelijk vlak en er voldoende aanknopingspunten zijn voor verdere behandeling van zijn persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek.
De reclassering en deskundigen rapporteerden een hoog gemiddeld risico op recidive, mede door onvoldoende copingvaardigheden en problematisch middelengebruik. De rechtbank achtte verlenging van de tbs met twee jaar noodzakelijk voor de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid. De vordering tot verpleging van overheidswege werd afgewezen, waarbij wel werd opgemerkt dat de terbeschikkinggestelde zich strikt aan de voorwaarden moet houden.
De uitspraak benadrukt het belang van voortgezette behandeling en controle, met aandacht voor verslavingsproblematiek en persoonlijkheidsstoornis, en erkent de complexiteit van resocialisatie. De rechtbank verlengde de tbs-termijn conform het advies van de reclassering en deskundigen.