ECLI:NL:RBOBR:2014:6094
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Tadic
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening beroepsgronden in belastingzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant. De rechtbank beoordeelt het beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, waarin specifiek wordt aangegeven waarom men het niet eens is met het bestreden besluit. Eiser voldeed hier niet aan en werd verzocht dit binnen vier weken te herstellen. Eiser heeft hieraan niet voldaan.
De gemachtigde van eiser voerde aan dat een acuut hulpverzoek van een noodlijdend familielid de reden was voor het niet tijdig indienen en het niet kunnen vragen van uitstel. De rechtbank oordeelt echter dat van een beroepsmatig rechtsbijstandverlener verwacht mag worden dat hij tijdig gronden indient, eventueel een collega inschakelt of tijdig om uitstel vraagt. Het handelen van de gemachtigde komt voor rekening van eiser.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Tadic op 13 oktober 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de beroepsgronden.