Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding;
- het tegen gedaagde verleende verstek.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres vordert betaling van facturen voor geleverde goederen ter waarde van €25.060,40 plus wettelijke handelsrente en incassokosten. Gedaagde is niet verschenen maar heeft volgens eiseres steeds bereidheid getoond om het bedrag contant te voldoen. Eiseres weigert contante betaling vanwege veiligheidsredenen en verzekeringskwesties en verlangt betaling per bankoverschrijving.
De rechtbank oordeelt dat contant geld een wettig betaalmiddel is en dat een schuldenaar in beginsel vrij is om contant te betalen. Er zijn geen afspraken tussen partijen over een specifieke betalingswijze gesteld of gebleken. Zonder een dergelijke afspraak ontbreekt een grondslag voor eiseres om betaling per bankoverschrijving te eisen.
Omdat eiseres in haar vordering niet uitdrukkelijk betaling per bankoverschrijving heeft geëist en geen nadere toelichting heeft gegeven, ontbreekt het aan een rechtens te respecteren belang bij haar vordering. Daarom worden de vorderingen afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot betaling van facturen worden afgewezen wegens ontbreken van belang bij de gevorderde betalingswijze.