Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Vrijspraak ten aanzien van feit 3, feit 4 en feit 6:
De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 19 en 20 februari 2014 bedreigde verdachte meerdere malen slachtoffers met een misdrijf tegen het leven gericht en brandstichting, en pleegde hij diefstal van een krat bier. Tijdens het onderzoek werden bedreigende teksten op muren aangetroffen, maar verdachte werd vrijgesproken van het medeplegen daarvan wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wettig en overtuigend bewezen kon worden dat hij twee keer bedreigde met een misdrijf tegen het leven, bedreigde met brandstichting en een krat bier stal. De bedreiging met een vuurwapen kon niet worden bewezen, mede vanwege het ontbreken van een gevonden wapen en onvoldoende ondersteunende getuigenverklaringen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 2 maanden op, met aftrek van voorarrest, en gelastte terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging voor 2 jaar vanwege het hoge recidiverisico en de persoonlijkheidsstoornis van verdachte. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van €250 aan het slachtoffer toegekend. De overige tenlastegelegde feiten werden vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf en 2 jaar terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging voor bedreiging en diefstal, met vrijspraak voor overige bedreigingen.