Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Centraal Orgaan opvang asielzoekers(verder: COA), te Rijswijk, gemachtigde: mr. R.V.G. van Leeuwarden.
Procesverloop
Overwegingen
18 september 2014 was geen sprake van een concreet zicht op legalisatie, reeds omdat het COA geen volledige aanvraag voor een omgevingsvergunning had ingediend.
Verder ziet de voorzieningenrechter niet in waarom verweerder heeft gemeend om zo snel te moeten beslissen op het verzoek van de COA zonder voorafgaand overleg met derden zoals een wijkagent, buurtcoördinator, leden van een wijkvereniging of gebiedsmanager. Ook al was een dergelijk overleg misschien niet op grond van de Gemeentewet en de lokale inspraakverordening verplicht, mede uit oogpunt van een goede voorbereiding was een dergelijk overleg wel op zijn plaats geweest. Tot slot is de voorwaarde over de uitgeprocedeerde bewoners van het asielzoekerscentrum volstrekt onduidelijk. Ook ter zitting heeft verweerder niet kunnen uitleggen wanneer aan deze voorwaarde wordt voldaan. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het bestreden besluit in de huidige vorm niet in stand zal kunnen blijven.
Weliswaar heeft verweerder geen overleg met omwonenden gevoerd, maar een dergelijk overleg met omwonenden en anderen heeft achteraf wel op initiatief van het COA plaatsgevonden. Verzoekers betreuren het dat geen overleg met de gemeenteraad heeft plaatsgevonden, maar uiteindelijk is niet de gemeenteraad maar alleen verweerder bevoegd om het bestreden besluit te nemen en een besluit te nemen op de aanvraag van het COA van 3 november 2014. Tot slot heeft het COA voldoende aannemelijk gemaakt dat de behoefte aan opvangvoorzieningen groot is. De voorzieningenrechter beschouwt het toenemend aantal asielzoekers als een vaststaand gegeven in deze zaak omdat verweerder noch het COA enige invloed heeft op de instroom van asielzoekers in Nederland. Weliswaar is verweerder niet verplicht om opvang aan deze asielzoekers te bieden, maar verweerder moet wel beslissen op de concrete aanvraag van het COA.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van