Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gerekestreerde sub 1],
PETRONELLA GERARDA ANTONIA JOSEPHA VAN LIEROP,
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekster heeft bij de rechtbank Oost-Brabant een verzoek ingediend tot het verkrijgen van verlof voor het leggen van conservatoir beslag tot levering van onroerende zaken, bestaande uit tuinland en cultuurgrond te een woonplaats. Zij stelt dat zij een mondelinge koopovereenkomst met de gerekestreerden heeft gesloten, maar heeft het bestaan van deze overeenkomst onvoldoende aannemelijk gemaakt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat uit de overgelegde stukken niet kan worden afgeleid dat er een mondelinge koopovereenkomst is gesloten. Daarnaast is onduidelijk wie de verkopende partij is, aangezien de onroerende zaken onderdeel zijn van een executoriale verkoop door Rabobank Peelland Zuid en/of Rabobank Nederland als hypotheekhouders. Verzoekster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Rabobank Peelland Zuid slechts een beperkte rol speelt en dat er toestemming is gegeven namens beide banken.
Verder weegt de voorzieningenrechter de belangen af en constateert dat het beoogde beslag niet aan de overdracht aan de veilingkopers in de weg staat. Een van de kopers is een plaatselijke varkensboer die anders onevenredig wordt benadeeld. Het belang van verzoekster bij het verkrijgen van het beslag is gering, mede omdat het beslag vervalt door levering en betaling van de koopprijs volgens artikel 3:273 lid 1 BW Pro.
Op grond van deze overwegingen wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot verlof conservatoir beslag af.
Uitkomst: Het verzoek tot verlof conservatoir beslag op onroerende zaken wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de koopovereenkomst en onduidelijkheid over de verkopende partij.