Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[verweerder sub 1],
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] van 20 november 2013;
- het verweerschrift van [verweersters], ingekomen ter griffie op 21 maart 2014;
- het verweerschrift van [verweerder sub 1], ingekomen ter griffie op 27 maart 2014;
- de mondelinge behandeling op 28 maart 2014.
2.De beoordeling
Bestaan er over het onderwerp van de expertise medisch-wetenschappelijk uiteenlopende opvattingen?
- vanaf welk moment werd een dergelijke controle gebruikelijk?
- vanaf welk moment na het plaatsen van de prothese worden genoemde gehaltes gemeten, met welke frequentie en op welke manier?
Handelde [verzoeker] als redelijk bekwaam en redelijk handelend orthopedisch chirurg toen hij in oktober 2003 besloot een heupprothese van dit merk, model en type bij de heer [verweerder sub 1] te plaatsen? Zo ja, waarom, zo nee, waarom niet? Kunt u daarbij specifiek ingaan op:
- de persoonlijke situatie van de heer [verweerder sub 1];
- de informatie die destijds binnen de beroepsgroep van orthopedisch chirurgen bekend was over het risico van ALTR;
- de mogelijke alternatieven voor de toegepaste BHR-heupprothese;
- het feit dat de BHR-prothese in het buitenland nog steeds wordt toegepast.
- op welke gronden in oktober 2003 is gekozen voor dit merk, model en type heupprothese?
- welke alternatieve behandelmethoden (zoals de traditionele heupprothese) voorafgaand aan de operatie met de heer [verweerder sub 1] zijn besproken?
- in hoeverre de heer [verweerder sub 1] voorafgaand aan de operatie is voorgelicht omtrent de mogelijk aan een BHR-prothese verbonden risico’s?
- het dagelijkse leven (ADL);
- hobby en recreatie;
- beroepsmatige werkzaamheden.
- indien - aangenomen dat u in het geval van de heer [verweerder sub 1] de diagnose ALTR onderschrijft - er geen ALTR zou zijn opgetreden?
- indien geen revisie-ingreep zou hebben plaatsgevonden?
- [naam] heeft voor zover bekend geen ervaring met het plaatsen van (MOM-) resurfacing heupprothesen, waar het in deze zaak juist om gaat;
- [naam] heeft zich tot op heden eerder een tegenstander dan een voorstander getoond ten aanzien van de resurfacing-techniek. Dit blijkt uit zijn wetenschappelijke publicaties, uit het feit dat hij zelf geen MOM-prothesen plaatst en uit het feit dat hij zich in een ingezonden brief in het NRC Handelsblad kritisch heeft uitgelaten over de resultaten van resurfacing prothesen.
- [naam] heeft met [verzoeker] zitting in de NOV-commissie Taskforce Heup.