ECLI:NL:RBOBR:2014:752
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na hennepteelt in Sittard
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder veroordeeld was voor medeplegen van hennepteelt in een loods te Sittard.
De officier van justitie had aanvankelijk een bedrag van €160.844,83 gevorderd, maar beperkte dit tijdens de zitting tot €39.607,88, het voordeel behaald door veroordeelde en zijn echtgenote gezamenlijk in de periode van 1 januari 2010 tot 12 augustus 2011. De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van veroordeelde, zijn echtgenote en het financieel onderzoek, waarbij acht hennepoogsten werden betrokken.
De bruto-opbrengst werd vastgesteld op €45.275,--, waarvan 30% aan veroordeelde toekwam. Na aftrek van door veroordeelde en zijn echtgenote gemaakte elektriciteitskosten van €5.667,12, werd het netto wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €39.607,88. De rechtbank wees de draagkrachtverweren af en legde hoofdelijk betaling van dit bedrag op, met uitzondering van hetgeen reeds door de echtgenote is voldaan.
De uitspraak is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en bevestigt de ontnemingsmaatregel als passend en proportioneel.
Uitkomst: Veroordeelde wordt hoofdelijk verplicht tot betaling van €39.607,88 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.