ECLI:NL:RBOBR:2014:753
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel na hennepteelt
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door veroordeelde in verband met een hennepkwekerij.
De officier van justitie had aanvankelijk een bedrag van €141.735,30 gevorderd, maar verlaagde dit tijdens de zitting tot €45.275,-- hoofdelijke toewijzing samen met de voormalig partner van veroordeelde. De rechtbank oordeelde dat veroordeelde weliswaar betrokken was bij de hennepkwekerij en werkzaamheden verrichtte, maar dat het bewijs onvoldoende was om aan te nemen dat zij gelijkelijk had gedeeld in de opbrengsten.
Op basis van verklaringen van medeverdachten en het financieel onderzoek schatte de rechtbank het voordeel dat veroordeelde daadwerkelijk had genoten op €1.000,-. De rechtbank legde daarom aan veroordeelde de verplichting op om dit bedrag aan de Staat te betalen en wees het meer gevorderde af.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 21 februari 2014.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €1.000,- aan de Staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.