ECLI:NL:RBOBR:2014:7533

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
12 december 2014
Publicatiedatum
11 december 2014
Zaaknummer
14 _ 1420
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26a Algemene wet inzake rijksbelastingenAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting door niet-belanghebbende

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die aan haar moeder is opgelegd. De aanslag betrof een bedrag van €57,20, inclusief naheffingskosten. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, heeft het bezwaar van de moeder ongegrond verklaard. Eiseres trad op als partij in het beroep, hoewel de aanslag niet op haar naam stond.

De rechtbank oordeelt dat in het belastingrecht alleen de belanghebbende zelf een rechtsmiddel kan aanwenden tegen een aanslag. Omdat de aanslag aan de moeder van eiseres is opgelegd en deze geen rechtsmiddelen heeft aangewend, is eiseres niet-ontvankelijk in haar beroep. De rechtbank gaat daarom niet in op de inhoudelijke gronden van het beroep.

Wel constateert de rechtbank dat verweerder onjuist heeft gehandeld door het bezwaar van eiseres te behandelen alsof het van haar moeder was en een uitspraak op bezwaar op naam van de moeder te doen uitgaan. Dit heeft bij eiseres de indruk gewekt dat zij het beroep kon voortzetten. Daarom wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €45,00 aan eiseres te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder moet het griffierecht vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 14/1420

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2014 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, verweerder

(gemachtigde: F. Fikri).

Procesverloop

Bij beschikking van 9 februari 2014 (de beschikking) heeft verweerder aan [persoon 1], wonende aan [adres], een naheffingsaanslag parkeerbelasting ter hoogte van € 57,20 opgelegd, bestaande uit € 1,20 parkeerbelasting en € 56,00 naheffingskosten.
Bij uitspraak op bezwaar van 24 maart 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van (beweerdelijk) [persoon 1] ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2014. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht is het voor een derde niet mogelijk een rechtsmiddel aan te wenden tegen een beschikking of een aanslag die niet uitdrukkelijk op zijn naam is gesteld. Evenmin kan een derde zich, in een geval als het onderhavige, als (belanghebbende) partij voegen in een geding van een ander. De rechtbank verwijst in het bijzonder artikel 26a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen welke ook van toepassing is op een gemeentelijke belasting als parkeerbelasting.
2. De beschikking is niet opgelegd aan eiseres, maar aan haar moeder [persoon 1]. Alleen [persoon 1] kon derhalve een rechtsmiddel aanwenden. Dit heeft zij niet gedaan, terwijl noch uit hetgeen eiseres in bezwaar dan wel beroep heeft betoogd, blijkt dat zij rechtsmiddelen
namenshaar moeder heeft aangewend. De moeder van eiseres is ter zitting ook niet verschenen. Uit de inhoud van de bezwaar- en beroepsgronden blijkt ook dat de grieven van eiseres zien op haar positie als bewoner. Eiseres is daarom niet-ontvankelijk in haar beroep. De rechtbank zal zich dus niet uitlaten over de inhoudelijke beroepsgronden die door eiseres zijn aangevoerd.
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder in bezwaar in zoverre foutief gehandeld heeft door het bezwaarschrift van eiseres te behandelen als ware het afkomstig van haar moeder. Verweerder had evenwel het bezwaarschrift van eiseres niet-ontvankelijk moeten verklaren, maar heeft dit niet gedaan en in plaats daarvan een uitspraak op bezwaar op naam van de moeder van eiseres doen uitgaan. Omdat hierdoor bij eiseres de indruk is gewekt dat zij op de ingeslagen weg kon voort procederen ziet de rechtbank wel aanleiding te bepalen dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,00 aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M.L. Wijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.R. Hoeksema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2014.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.