ECLI:NL:RBOBR:2014:754
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na hennepteelt in Sittard
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 21 februari 2014 uitspraak gedaan in een zaak waarin veroordeelde werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de opbrengst van een hennepkwekerij in Sittard.
Veroordeelde was eerder veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet met betrekking tot de hennepkwekerij in een loods te Sittard. De officier van justitie vorderde aanvankelijk €141.735,30, later gewijzigd tot €45.275,- hoofdelijke aansprakelijkheid. De rechtbank stelde vast dat veroordeelde acht oogsten had gehad die gezamenlijk dit bedrag opleverden.
De verdediging voerde aan dat de opbrengst lager was, maximaal zeven oogsten en een bedrag van €30.215,20 bruto, met aftrek van investeringen. Ook werd aangevoerd dat veroordeelde geen draagkracht had om het bedrag te betalen. De rechtbank verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de kosten niet aannemelijk waren gemaakt en dat draagkracht in de executiefase opnieuw kan worden beoordeeld.
Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €44.275,- en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen, met afwijzing van het meer of anders gevorderde.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €44.275 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.