Uitspraak
1.Procesverloop
- het verzoek tot wraking;
- de schriftelijke reactie van de rechters op het wrakingsverzoek van 2 december 2014;
- het dossier in de hoofdzaak.
Rechtbank Oost-Brabant
In deze strafzaak diende verdachte een wrakingsverzoek in tegen de rechters die de zaak behandelden, stellende dat zij niet onbevooroordeeld zouden zijn. Het verzoek was gebaseerd op de onbegrijpelijkheid van eerdere beslissingen van de rechters, onder meer over het niet toevoegen van oude dossiers aan het strafdossier en de beperkte bevraging van getuigen.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen aanwijzing is voor partijdigheid. De rechters hebben hun beslissingen gemotiveerd en de afwegingen waren niet zodanig onbegrijpelijk dat sprake zou zijn van vooringenomenheid. Daarnaast werd het wrakingsverzoek over de beperkte getuigenbevraging als te laat ingediend beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het ontbreken van onpartijdigheid en dat de vrees voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd is. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de rechters verklaard onbevooroordeeld in hun beoordeling van de strafzaak.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.