In deze zaak vordert eiser, voormalig bestuurder van Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant (BJZ), dat zijn mede-bestuurders worden veroordeeld tot vergoeding van de schade waarvoor hij aansprakelijk werd gesteld wegens onbehoorlijk bestuur bij het sluiten van huurovereenkomsten voor panden in Den Bosch en Roosendaal.
De rechtbank oordeelt dat eiser zijn taak als directeur beheer onbehoorlijk heeft vervuld door onzorgvuldig te handelen bij de beoordeling van marktconformiteit van huurprijzen en het sluiten van de overeenkomsten. Mede-bestuurders waren op de hoogte van het huisvestingsbeleid, maar hadden op grond van taakverdeling en volmachten geen ernstig verwijt te maken en hebben niet nagelaten maatregelen te treffen om de gevolgen af te wenden.
De rechtbank stelt vast dat mede-bestuurder 1 aansprakelijk is voor het pand Den Bosch en mede-bestuurder 2 voor Roosendaal, maar zij slagen in hun beroep op disculpatie. Mede-bestuurder 3 is niet hoofdelijk aansprakelijk omdat de relevante besluiten vóór haar bestuursperiode zijn genomen.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. J.A. Bik, mr. M.F.M.T. Franke en mr. J.H.W. Rullmann en uitgesproken op 17 december 2014.