Eiseres verzocht om nadeelcompensatie wegens omzetderving door wegwerkzaamheden in Eindhoven, welke door verweerder werd afgewezen. Na bezwaar trok verweerder het oorspronkelijke besluit in en wees het verzoek opnieuw af, ditmaal gebaseerd op jurisprudentie die schade toerekent aan de vennootschap en niet aan het filiaal.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 11 juli 2013 het eerdere besluit vervangt en dat het beroep tegen het ingetrokken besluit niet-ontvankelijk is. De rechtbank stelt vast dat verweerder terecht uitgaat van de omzet en brutowinst van de vennootschap als maatstaf, conform de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Eiseres stelde dat verweerder gewekte verwachtingen moest honoreren en dat de omzetdrempel van 15% niet gemotiveerd was. De rechtbank verwierp deze gronden, omdat geen begunstigend besluit is genomen en de drempel passend is gelet op het normale ondernemersrisico. Ook het betoog over het gebruik van netto-winst in plaats van omzet faalde.
De omzetderving bleef volgens het advies van het taxatiebureau Gloudemans onder de 2%, ruim onder de 15% drempel. Eiseres leverde niet de benodigde geconsolideerde jaarstukken aan, maar erkende dat bij aanvaarding van de gehanteerde uitgangspunten haar schade niet boven de drempel uitkomt.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk, het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten.