Betrokkene is sinds 1995 ter beschikking gesteld vanwege een afpersingsdelict. De terbeschikkingstelling was reeds in 2012 met twee jaar verlengd. De officier van justitie verzocht opnieuw om verlenging met twee jaar, wat ter zitting op 19 februari 2014 werd behandeld. Diverse deskundigen, waaronder psychiaters en een GZ-psycholoog, adviseerden unaniem tot verlenging vanwege het blijvende hoge recidivegevaar en de noodzaak van intensieve begeleiding binnen een forensisch psychiatrische setting.
De adviezen benadrukten dat betrokkene zonder het huidige zorgkader een groot risico vormt voor de maatschappelijke veiligheid, mede door zijn psychotische toestand, medicatieafhankelijkheid en gevoeligheid voor stress. Verplaatsing naar een reguliere GGZ-instelling werd als onrealistisch beoordeeld vanwege het risico op terugval in drugsgebruik en het ontbreken van voldoende beveiliging en toezicht.
Betrokkene zelf gaf aan vrij te willen zijn en zijn situatie onder controle te hebben, maar de deskundigen en de officier van justitie betwijfelden dit. De raadsman pleitte voor afwijzing of slechts een eenjarige verlenging en het onderzoeken van alternatieven, maar de rechtbank volgde het advies van de deskundigen en de officier van justitie.
De rechtbank besloot de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, omdat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen. Een kortere verlenging werd niet geïndiceerd en er waren geen aanknopingspunten voor overplaatsing naar een GGZ-instelling.