ECLI:NL:RBOBR:2015:1026
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.P.G. Wielders
- R.J. Bokhorst
- W.T.A.M. Verheggen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken nauwe en bewuste samenwerking bij poging tot doodslag
Op 15 januari 2014 vond een schietincident plaats in Lithoijen waarbij vanuit een auto op inzittenden van een andere auto werd geschoten. Verdachte zat in de auto van waaruit werd geschoten, maar het is niet bewezen dat hij zelf een vuurwapen heeft afgevuurd. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor poging tot moord en medeplegen van poging tot doodslag als subsidiaire tenlastelegging.
De rechtbank heeft het bewijs zorgvuldig gewogen, waaronder het schotrestenonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut en een opgenomen gesprek van verdachte in detentie. De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onbetrouwbaar was en dat sprake was van noodweer. De rechtbank oordeelde dat het schotrestenonderzoek niet ondeugdelijk was en dat het gesprek correct was weergegeven.
Essentieel voor medeplegen is een nauwe en bewuste samenwerking met een ander, waarbij een intellectuele of materiële bijdrage van voldoende gewicht moet worden vastgesteld. De rechtbank vond geen bewijs voor een dergelijk vooropgezet plan of samenwerking. Verdachte was niet op de hoogte van het vuurwapen en er was geen aanwijzing dat hij de intenties van de medeverdachte kende.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De overige verweren behoefden geen bespreking meer. De vordering tot gevangenneming werd afgewezen en verdachte werd vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor nauwe en bewuste samenwerking bij het schietincident.