ECLI:NL:RBOBR:2015:1066

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
16 januari 2015
Publicatiedatum
27 februari 2015
Zaaknummer
WR 14-036
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens afwezigheid behandelend rechter

Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een lopende procedure, stellende dat de rechter niet onafhankelijk en onpartijdig zou zijn vanwege ernstige procedurele gebreken en de splitsing van zaken met betrekking tot griffierechten. De rechtbank oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen een behandelend rechter.

Uit het dossier en de correspondentie bleek dat er nog geen behandelend rechter was in de zaak waarop het wrakingsverzoek betrekking had. Bovendien trokken verzoekers hun vorderingen in, waardoor er feitelijk geen lopende behandeling door een rechter was.

Hierdoor werd het wrakingsverzoek als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld en zonder mondelinge behandeling afgewezen. De beslissing werd genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant en op 16 januari 2015 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens afwezigheid behandelend rechter en intrekking vorderingen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
Zaaknummer WR 14/036
Beschikking van 16 januari 2015
in de zaak van
[verzoekers],
eisers in een gerechtelijke procedure bij de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven, met zaaknummer 3380245 CV EXPL 14 – 10293,
hierna te noemen verzoekers,
gemachtigde [gemachtigde]
,
wonende te Willemstad.

1.Procesverloop.

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift tot wraking gedateerd op 2 december 2014 en bij de rechtbank ontvangen op 3 december 2014;
- de brieven van de gemachtigde van verzoekers aan de rechtbank Oost-Brabant van 8 december 2014 en 22 december 2014;
- het dossier in de hoofdzaak.

2.De beoordeling.

2.1.
De rechtbank zal terstond en zonder dat verzoekers in de gelegenheid zijn gesteld zich tijdens een mondelinge behandeling ter terechtzitting over het verzoek uit te laten, uitspraak doen, omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid van het verzoek, op grond van de hierna te noemen overwegingen.
2.2.
Het verzoek strekt tot wraking van de kantonrechter in de procedure met zaaknummer 3380245 CV EXPL 14 – 10293. Verzoekers hebben betoogd dat de procedure dermate veel ernstige gebreken omvat, samenhangend met de beslissing tot splitsing van de zaken van verzoekers in verband met de heffing van griffierechten, dat daarmee in ieder geval de schijn van partijdigheid is gewekt. Het vertrouwen in de onafhankelijke rechtspraak door onafhankelijke en onpartijdige rechters is zeer ernstig geschaad en de schijn is gewekt dat de kantonrechter niet onafhankelijk en onpartijdig is.
2.3.
Ingevolge het bepaalde in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen
leiden.
Een wrakingsverzoek kan derhalve enkel worden gedaan indien er in een zaak sprake is van een behandelend rechter.
2.4.
Uit het verzoekschrift, de reactie daarop van de teamvoorzitter van de rechtbank Oost-Brabant van 3 december 2014 en de brief van de gemachtigde van verzoekers van 22 december 2014 blijkt dat er in de zaken waarin het wrakingsverzoek is ingediend nog geen sprake is van een behandelend rechter.
Bovendien hebben verzoekers bij brief van 22 december 2014 hun vorderingen in de zaak waarin het onderhavige wrakingsverzoek is ingediend, ingetrokken hetgeen eveneens meebrengt dat er van een behandeling van een zaak door een rechter van de rechtbank Oost-Brabant geen sprake is.
In verband daarmee zullen verzoekers in hun verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

4.De beslissing.

De rechtbank,
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking in de procedure met zaaknummer 3380245 CV EXPL 14 – 10293.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.C. Adang, voorzitter, mr. J.H. Wiggers en
mr. M.E. Bartels, leden, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2015 in aanwezigheid van de griffier.