Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een civiele procedure, stellende dat de rechter niet onbevooroordeeld zou zijn. De aanleiding was een brief waarin de rechter slechts één week uitstel verleende, terwijl eerder vier weken uitstel was aangekondigd.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek behandeld en overwogen dat hoewel de beslissing van de rechter afweek van eerdere communicatie, dit op een vergissing berustte en geen aanwijzing voor vooringenomenheid oplevert. Daarnaast waren eerdere gronden voor wraking reeds beoordeeld en niet inhoudelijk behandeld wegens te late indiening.
De rechtbank benadrukte de vermoede onpartijdigheid van rechters en dat de schijn van partijdigheid objectief gerechtvaardigd moet zijn om tot wraking te leiden. Gezien het ontbreken van bijzondere omstandigheden werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beschikking is uitgesproken door een kamer van drie rechters en de griffier, waarmee het verzoek formeel is afgewezen.