ECLI:NL:RBOBR:2015:1071

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
12 februari 2015
Publicatiedatum
27 februari 2015
Zaaknummer
WR 15-001
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter Smorenburg in de procedure met zaaknummer 3339963 / CV EXPL 14-9699, stellende dat sprake zou zijn van schijn van partijdigheid. Verzoeker baseerde dit op het niet opvragen van bedrijfsgegevens door de rechter en het niet onder ede afleggen van getuigenverklaringen.

De rechter heeft in haar schriftelijke reactie het wrakingsverzoek afgewezen en betoogd onpartijdig te hebben gehandeld, waarbij partijen ruim de gelegenheid hebben gehad hun standpunten toe te lichten en te reageren. Zij gaf een voorlopige inschatting van het oordeel om het overleg tussen partijen te bevorderen.

De rechtbank heeft beoordeeld of er feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de rechter kunnen schaden. Gezien het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden en zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid, en het feit dat de rechter binnen haar bevoegdheid handelde, is het wrakingsverzoek afgewezen.

De beschikking is op 12 februari 2015 uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant, bestaande uit voorzitter J.A. Bik en leden E. Loesberg en J.L.H.M. Snijders.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Smorenburg is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANKOOST-BRABANT
Wrakingskamer
Zittingsplaats 's‑Hertogenbosch
Zaaknummer: WR 15/001
Beschikking van 12 februari 2015
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te Nuenen, gemeente Nuenen c.a.,
verzoeker,
procederend in persoon,
tegen
mr. M.E. Smorenburg,
in diens hoedanigheid van rechter in de rechtbank te ’s-Hertogenbosch bij de behandeling van de zaak met zaaknummer: 3339963 /CV EXPL 14-9699, verweerder,
Partijen zullen hierna respectievelijk verzoeker en de rechter worden genoemd.

1.Procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
  • een proces-verbaal, gedateerd 13 januari 2015, met daarin opgenomen het voorliggende wrakingsverzoek;
  • de schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek, gedateerd 26 januari 2015;
  • het dossier in de hoofdzaak.
1.2.
De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek stond gepland ter zitting van 5 februari 2015 te 13.30 uur.
Hoewel daartoe behoorlijk en tijdig opgeroepen is verzoeker niet ter zitting verschenen.
In haar schriftelijke reactie heeft de rechter voorafgaand aan de zitting reeds aangegeven niet ter zitting aanwezig te zullen zijn om te worden gehoord. In de schriftelijke reactie heeft de rechter wel haar standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht.
Ook de wederpartij, [wederpartij]en diens gemachtigde: [gemachtigde], zijn – hoewel daartoe te zijn uitgenodigd – niet ter zitting verschenen.

2.Het verzoek en het verweer

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer: 3339963 / CV EXPL 14-9699. Verzoeker heeft betoogd dat de rechter niet onbevooroordeeld het geschil kan beoordelen. Verzoeker heeft ter zitting van 13 januari 2015 daartoe – kort en zakelijk weergegeven – gesteld dat:
er onenigheid is over de cijfers van de onderneming en dat het het meest logische is dat de cijfers worden aangeleverd, maar dat de kantonrechter het niet opportuun achtte om de cijfers te vragen.
gevraagd is om een getuigenverhoor onder ede en de antwoorden die in deze zitting zijn gegeven niet onder ede zijn afgelegd en in het bijzonder niet de vraag over de aard en de nagelvastheid van de goederen.
Verzoeker is van mening dat er sprake is van schijn van partijdigheid.
2.2.
De rechter heeft aangegeven niet in de wraking te berusten en concludeert tot afwijzing van het verzoek. De rechter heeft in dat kader – kort en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat zij van mening is dat zij de zaak als onpartijdig kantonrechter tussen Schroer en Van Santvoort heeft behandeld. Van enige schijn van partijdigheid is in het geheel geen sprake. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten toe te lichten en op elkaar te reageren. Dit hebben zij uitgebreid gedaan en hiernaar heeft de rechter volstrekt onpartijdig geluisterd. Na een zorgvuldige afweging van de juridische aspecten en alle feiten en omstandigheden in deze zaak, en pas nadat beide partijen bevestigend hadden gereageerd op haar vraag of zij een voorlopige inschatting wilden, heeft zij een summiere en korte voorlopige inschatting van haar oordeel in deze zaak gegeven. De bedoeling hiervan was om het overleg tussen partijen over een mogelijke gezamenlijke oplossing constructief te laten verlopen. Tijdens de voorlopige inschatting heeft de rechter niets gezegd over het opvragen van de cijfers van de onderneming of over een getuigenverhoor. Zij is van mening dat zij slechts in algemene bewoordingen heeft aangegeven dat het standpunt van Schroer te volgen was, dat het verweer van Van Santvoort onvoldoende was en dat in een uitspraak een motivering zou volgen.

3.De beoordeling

3.1.
Ingevolge artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De rechtbank stelt voorop dat de rechter uit hoofde van haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter met betrekking tot een procespartij vooringenomen is, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid is bij de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang.
3.3.
Naar het oordeel van de rechtbank is van voornoemde uitzonderlijke omstandigheden en zwaarwegende aanwijzingen geen sprake. Het staat de rechter vrij om partijen ter comparitie in kennis te stellen van hetgeen zij tot dan toe uit de gedingstukken en hetgeen daarover ter zitting is toegelicht, heeft afgeleid en daaromtrent haar voorlopig oordeel te geven, zeker indien partijen daarmee tevoren hebben ingestemd. Na partijen daartoe te hebben gehoord - waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten toe te lichten en op elkaar te reageren – heeft de rechter na haar afweging een summiere en korte voorlopige inschatting van haar oordeel gegeven. Daaruit blijkt niet van vooringenomenheid. Dat zij verzoeken van verzoeker op dat moment niet heeft gehonoreerd (standpunt verzoeker) dan wel zich daarover (nog) niet heeft uitgelaten (standpunt kantonrechter), behoort tot de bevoegdheid van de kantonrechter. Alleen daarin kan geen grond zijn gelegen voor het oordeel dat de rechter een (objectiveerbare) schijn van partijdigheid heeft gewekt.
3.4.
De conclusie uit het voorgaande is dat de aangevoerde feiten geen grond vormen voor wraking. Het wrakingsverzoek zal daarom worden afgewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek tot wraking van mr. M.E. Smorenburg in de zaak met zaaknummer: 3339963 / CV EXPL 14-9699.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. Bik, voorzitter, en mr. E. Loesberg en
mr. J.L.H.M. Snijders, leden, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.