ECLI:NL:RBOBR:2015:1297
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gevangenisstraf voor medeplegen handel en bezit van cocaïne en heroïne
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het handelen in en het bezit van cocaïne en heroïne in de periode van juni 2012 tot mei 2014 in 's-Hertogenbosch. Verdachte werd beschuldigd van meerdere feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie, maar voor dat laatste feit werd hij vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.
Het bewijs bestond uit verklaringen van getuigen, tapgesprekken, indicatieve drugstesten en inbeslaggenomen drugs. De rechtbank achtte het aannemelijk dat verdachte samen met anderen drugs heeft verkocht en in bezit had, ondanks het verweer dat de indicatieve testen onvoldoende bewijs zouden vormen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief reclasseringstoezicht en gedragsinterventies. Daarnaast werden inbeslaggenomen goederen deels verbeurd verklaard, deels onttrokken aan het verkeer en deels teruggegeven aan de rechthebbende.
De straf weerspiegelt de ernst van de feiten en de schadelijke gevolgen van harddrugsgebruik en -handel voor de samenleving. De rechtbank benadrukte dat de straf ook een preventieve werking moet hebben om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht.