ECLI:NL:RBOBR:2015:1304
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs feitelijk leidinggeven valse facturen
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het feitelijk leidinggeven aan het opnemen van valse facturen in de administratie van zijn bedrijf gedurende de periode van maart 2009 tot februari 2010.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk vervalsen van bedrijfsadministratie door het opnemen van valse verkoopfacturen gericht aan een andere onderneming, met het oogmerk deze als echt te gebruiken. De officier van justitie achtte het feit wettig en overtuigend bewezen en eiste een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf.
De rechtbank stelde vast dat de facturen inderdaad vals waren, gezien afwijkingen in lay-out, ontbreken van betalingen en onlogische transacties zoals verkoop van auto's zonder corresponderende inkoopfacturen. Echter, verdachte kon niet worden aangemerkt als degene die opdracht gaf of feitelijk leiding gaf aan deze gedragingen. De verklaring van verdachte dat hij door bedreigingen geen zeggenschap had werd als geloofwaardig beoordeeld, mede ondersteund door getuigenverklaringen en bedrijfseconomische onlogica.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs van zijn betrokkenheid bij het leidinggeven aan de valsheid van de facturen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van feitelijk leidinggeven aan het opnemen van valse facturen.