ECLI:NL:RBOBR:2015:1368
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Overeenkomst kinderopvang geen overeenkomst van opdracht, opzegtermijn één maand
In deze zaak stond de vraag centraal of een overeenkomst tussen een kinderopvang en een ouder kwalificeert als een overeenkomst van opdracht, waardoor de ouder te allen tijde zou kunnen opzeggen zonder opzegtermijn. De ouder had de opvangovereenkomst per direct opgezegd vanwege vermeende organisatorische problemen bij de opvang, maar de kinderopvang stelde dat een opzegtermijn van één maand in acht moest worden genomen.
De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst betrekking had op de opvang van kinderen en niet op het verrichten van bepaalde werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 7:400 lid 1 BW Pro. Hierdoor kon de overeenkomst niet worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht. De Wet-van Dam, die een maximale opzegtermijn van één maand voorschrijft voor dit soort overeenkomsten, was wel van toepassing.
De vordering van de kinderopvang tot betaling van het bedrag over de opzegtermijn werd daarom toegewezen. De kosten van de procedure werden grotendeels aan de ouder opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van het bedrag over de opzegtermijn van één maand conform de Wet-van Dam.