Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewezenverklaring.
p tijdstippen in de periode van 1 januari 2013 tot en met 18 februari 2014 te [pleegplaats] (telkens) opzettelijk heeft verkocht een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of een hoeveelheid pillen bevattende MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
op 18 februari 2014 te [pleegplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en een hoeveelheid pillen bevattende MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
De eis van de officier van justitie.
Het oordeel van de rechtbank.
Beslag.
Voorlopige hechtenis.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
Ten aanzien van feit 1:opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.Ten aanzien van feit 2:opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Ten aanzien van feit 1, feit 2:Gevangenisstraf voor de duur van 400 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27Wetboek van Strafrecht waarvan 356 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3jaren
Helmond (Zuidende 33) zal melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;